Marieke van der Tuin, TNO
Canmanie Ponnambalam, TNO
Bram Nieuwstraten, Vervoerregio Amsterdam
Maaike Snelder, TNO & TU Delft
Door toenemende druk op het mobiliteitssysteem en tegelijkertijd een tekort aan ruimte binnen stedelijk gebied is er behoefte aan slimme oplossingen om hiermee om te gaan. Enkel aanbieden van openbaar vervoer is daarbij in veel gevallen geen goed alternatief voor de privéauto, daarom kijkt de Vervoerregio Amsterdam naar andere innovatieve oplossingen. Eén van deze oplossingen is het aanbieden van deelmobiliteit in een hub-2-hub systeem, waarbij deelvoertuigen tussen hubs worden verplaatst. De effectiviteit van een dergelijk systeem hangt echter nauw samen met waar deze hubs worden geplaatst. Daarom heeft TNO voor de Vervoerregio Amsterdam de optimale locaties van hubs bepaald voor verschillende scenario’s, gebruikmakend van een genetisch algoritme (gebaseerd op Xanthopoulos, S. et al., 2024) en de nieuwste versie van het VENOM verkeersmodel waarbij ook OV is toegevoegd. Voor elke hub wordt tevens het aanbod van deelfietsen, deelscooters en deelauto’s geoptimaliseerd, waarbij ook een maximale capaciteit kan worden ingesteld, bijvoorbeeld 15 deelfietsen.
In het basisscenario waarbij 150 hubs in de regio worden gezet, leidt dit tot 1300 ritten (0,18% van het totaal aantal ritten in de regio) met deelmobiliteit in de ochtendspits, waarvan 25% met de deelauto, 40% met de deelfiets en 35% met de deelscooter. In totaal is 40% van de ritten een combinatie met het openbaar vervoer, waarbij de deelfiets of de deelscooter gebruikt wordt om van het OV-station naar een hub vlakbij de bestemming te reizen. Hoewel 0,18% laag klinkt, kan dit zeker in stedelijk gebied een groot verschil maken in ervaren congestie en ruimtegebruik. Daarnaast neemt het gebruik van deelmobiliteit flink toe in scenario’s waarbij de ritprijzen lager zijn of meer hubs worden gerealiseerd (tot 0,87%).
In deze presentatie zoomen we in op de gebruikte methode en de resultaten van zowel het basisscenario als andere scenario’s waar bijvoorbeeld is gevarieerd met de ritprijzen en subsidies, het beschikbare aantal voertuigen per hub, en het totaal aantal gerealiseerde hubs in de regio.